De reis van Friesland naar Vlaanderen

De reis van Friesland naar Vlaanderen

We beslisten een klein scheepje aan te schaffen.

In Westergeest, een dorpje in Friesland, vonden we een Friese Snik gebouwd in 1930.  Een lengte van 12.50 meter en een breedte van 2.75 meter. De Nehalania heeft een hoogte van 1.50 meter en een diepgang van 60 cm.

Copyright Jean Pascal Salomez

De aankoop

Half augustus reisden we van het Belgische West-Vlaanderen per trein naar Westergeest om een scheepje te bezoeken bij de jachtmakelaar waar het te koop lag. We vonden er een klein, gezellig droomscheepje. Het scheepje wordt buiten bestuurd met een helmstok. Binnen is er een klein keukentje en een gezellige eetplaats die je 's avonds kan omtoveren tot een extra dubbele slaapbank. Verder is er een toilet en een vaste kajuit voor twee personen. Door het schuin aflopende dak, kun je enkel in de keuken helemaal rechtop staan, maar dat geeft de woning een knus en pittoresk karakter. In het motorcompartiment stond een stevige BMC motor van 68 pk. De boot was goed onderhouden en netjes afgewerkt in hout. Ondanks ons enthousiasme om meteen varende te vertrekken naar België, moesten we nog een weekje geduld oefenen. De boot moest te water gelaten worden en nog een laatste check-up ondergaan. Het zou onverantwoord geweest zijn om de Nederlandse vaarwateren van Noord naar Zuid af te varen zonder een goede controle.

Het vertrek

Een week later, op 23 augustus, was het eindelijk zo ver: samen met zijn jongste zoon en dochter van respectievelijk 14 en 13 jaar oud, vertrok de schipper op avontuur vanuit Westergeest. De motor draaide goed en ondanks het feit dat de schipper al een aantal jaren niet meer gevaren had, had hij het varen met de helmstok meteen onder de knie. Van Westergeest gingen we via Dokkum naar Leeuwarden over de "Nije Swemmer" en de "Dokkumer Ee". Doordat we pas halfweg de namiddag vertrokken, kwamen we die eerste dag niet verder dan Leeuwarden. De volgende dagen zijn we langs het Nationaal Park de Alde Feanen, via het dorpje Grou en het Sneekermeer naar Lemmer getrokken. Daar verlieten we Friesland. We wilden Zuid-Westwaarts het Ijsselmeer, het Markermeer en het Ijmeer oversteken naar Amsterdam. Ons kleine scheepje had al lange tijd niet meer gevaren, en nu moest de motor meteen drie grote meren over in één trek!

Almere: motorpech en matrozenwissel

Ter hoogte van Almere begon de motor te pruttelen en viel hij uit. De Nederlandse botenwacht kwam ons te hulp en sleepte ons naar Almere. Daar hebben we een aantal dagen stil gelegen voor reparatie van de motor. Ondertussen kwam de schippersvrouw langs voor een wissel van de wacht: we stonden ondertussen aan de vooravond van het nieuwe schooljaar (29 augustus) en de jongste twee kinderen werden op 1 september op school verwacht. Onze oudste zoon van 17 begon pas twee weken later met school, hij zou nu dus verder zijn vader vergezellen op z'n tocht. 

Amsterdam

Na een rustpauze voor reparatie van het schip, trokken vader en zoon op 2 september het Ijmeer over naar Amsterdam. Vader heeft vele herinneringen aan Amsterdam: in de jaren voor zijn kinderen geboren werden, heeft hij er een tijdje geleefd op de binnenvaart en op z'n eerste eigen knusse woonbootje. Amsterdam is echter zeer veel veranderd en het vaarwater is er verrassend druk geworden. Ze beslisten om dus toch maar niet door Amsterdam te varen, maar meteen verder Zuidwaarts te varen over de Amstel. Via Ouderkerk-aan-de-Amstel en Uithoorn ging het naar Alphen-Aan-den-Rijn. Daar werd er overnacht. 

Copyright Jean Pascal Salomez

Bezoek in De Biesbosch

Via de Gouwe werd er naar Gouda gevaren, om daar de Hollandsche Ijssel naar Rotterdam te nemen. Ten Oosten van Rotterdam werd de Lek overgestoken en via de Noord naar Dordrecht gevaren. Onderweg werd er gebunkerd: de scheepsterm voor tanken. Via de Wantij werd er naar Het Nationaal Park de Biesbosch gevaren. Voor het weekend van 5 september kwamen vrouwlief en de twee jongste kinderen opnieuw langs, er werd een toeristisch vaartochtje in gezinsverband doorheen het park gemaakt. Na twee weken varen voor de schipper, was dit het eerste vaartochtje voor zijn vrouw.

Dilemma: Krabbenkreek of Kanaal?

Na het weekend trokken vader en zoon via het Hollands diep naar Bruinisse, om van daar via de Krabbenkreek, langs Stavenisse, de Oosterschelde over te steken naar Wemeldinge. Er werd voor die optie gekozen omdat het Schelde-Rijnkanaal zeer druk bevaren wordt door beroepsvaart en dusdanig gevaarlijker geacht werd met ons kleine bootje. Daarenboven zou het Schelde-Rijnkanaal ons naar Antwerpen leiden, waar veel zeeschepen toekomen én waar we blootgesteld zouden worden aan de hevige zeegetijden. Doordat de Oosterschelde ter hoogte van Wemeldinge breder is, verwachtten we hier minder drukte en minder sterke stroming van de zeegetijden.

Sint-Annaland: een nieuwe motor

Zo ver zijn we echter niet meteen geraakt: ter hoogte van Sint-Annaland kregen we opnieuw motorproblemen. Twee weken stevig doorvaren eiste z'n tol van de motor en het werd ons duidelijk dat de motor niet krachtig genoeg zou zijn om de Oosterschelde over te steken. Er werd bijgevolg beslist om een nieuwe motor in te laten bouwen bij Mariteam in Sint-Annaland. Dit zorgde voor een oponthoud van enkele weken.

De oversteek van de Westerschelde

Toen er op 9 oktober eindelijk verder gevaren kon worden, zaten de kinderen al lang weer in het ritme van het schoolgaan onder het strenge oog van vrouwlief. Om die reden en om niemand in gevaar te brengen, is de schipper van hieruit alleen verder gevaren. De Oosterschelde werd overgestoken naar Wemeldinge om daar via het Kanaal door Zuid-Beveland naar de Westerschelde te varen. Die Westerschelde moest Zuid-Westwaarts overgestoken worden naar Terneuzen. Het was een ruwe, helse oversteek, maar alles is vlot verlopen tot bij het binnenvaren van Terneuzen. Door de stevige stroming begaf het roer het onverwacht. Als door God voorzien, werd dit opgemerkt door een drietal werklieden die bezig waren op een werkpont. Zij sprongen meteen ter hulp: met behulp van hun werkkraan werd de achtersteven uit het water getild, het roer werd gelast en een goed half uur later kon er verder gevaren worden.

Eindelijk thuis!

Het Kanaal Gent-Terneuzen leidde de schipper en de Nehalania via Sas-van-Gent België binnen, naar Zelzate. In Gent ging het via de Ringvaart naar de Leie en na anderhalve maand kwam de schipper op 10 oktober eindelijk thuis met de Nehalania! De jachthaven van Waregem werd de eerste, tijdelijke thuishaven, maar de winter werd doorgebracht in de jachthaven van Kortrijk. 

One Reply to “De reis van Friesland naar Vlaanderen”

Laat een antwoord achter aan Carine Mumm t croissantje Zelzate Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This website uses cookies. By continuing to use this site, you accept our use of cookies.